openingstijden café
vrijdag
17.00 t/m 22.00 uur
en tijdens evenementen

6.000 talen

Graan

In rapporten van de Verenigde Naties staat dat 5 procent van de wereldbevolking bestaat uit inheemse volkeren. Hun levenswijze heeft eraan bijgedragen dat ruim 80 procent van de wereldwijde biodiversiteit is behouden. Het versterken van de rechten van inheemse volkeren is volgens het IPCC een belangrijke stap in de oplossing van de klimaatcrisis. In diezelfde gebieden, inheemse gebieden, vindt ruim 97 procent van de wereldwijde boskap door multinationals plaats.
Ik heb als universiteitsstudent in duurzaamheid het verhaal van natuurbescherming door inheemse volkeren over maar één keer voorbij zien komen. Maar nooit inheemse docenten en sprekers gehad. Nooit geleerd over de inheemse wetenschap. Hoe kan ik dan als student leren over ‘duurzame ontwikkeling’? Waar het eigenlijk al begint met het begrip duurzaam en ontwikkeling. Waar komt het begrip duurzaamheid eigenlijk vandaag? En wie bepaalt wat ontwikkeling is? Wat als we ontwikkeling zien als; wanneer je dichter bij de natuur staat, meer in harmonie en balans met de natuur leeft? Hoe onder-ontwikkelt is mijn ‘Westers’ leven dan?

Om te beginnen met het concept duurzaamheid. Het concept ‘duurzaamheid’ komt uit de bosbouw en betekende oorspronkelijk zoiets als: bewust omgaan met natuurlijke hulpbronnen zodat de voorraad nooit opraakt.
Voor het auteursrecht van het begrip ‘duurzaamheid’ in onze huidige betekenis moeten we bij Hans Carl von Carlowitz zijn, een Duitse mijnbouwkundige (Pisani, 2006). Hij hield zich ook bezig met bosbouw en gebruikte in 1713 het begrip ‘nachhaltige Entwicklung’ (nachhaltig betekent duurzaam) in zijn Sylvicultura Oeconomica (Economische Bosbouw). Er dreigde in die periode een tekort aan hout in Duitsland en andere Europese landen door afnemende houtvoorraden en een toenemende bevolking. Hout was in die tijd de voornaamste bron voor verwarming (brandhout) en energie (houtskool) voor industriële processen. Bovendien was hout een belangrijke grondstof voor de vervaardiging van gereedschappen en een onmisbaar materiaal voor de bouw van huizen, gebouwen en schepen. Bij sommigen bestond daarom de vrees dat de grondslag van het bestaan werd bedreigd. De visie van Von Carlowitz (die we nu zouden duiden als ‘duurzaamheidsdenken’) berustte op drie punten:
– Economische vooruitgang diende de gemeenschap ten goede te komen. De arme onderdanen hadden recht op voldoende voeding en onderhoud.
– Datzelfde recht kwam ook het nageslacht toe.
– Daartoe moest men voorzichtig met de natuur omgaan en had men ook een soort verantwoording aan toekomstige generaties af te leggen.
Vertaald naar de bosbouwkundige praktijk betekende dit: streven naar een evenwicht tussen de aanwas en kap van bomen. Op die manier kon in principe een voortdurende exploitatie (nachhaltende Nutzung) tot stand worden gebracht. Het idee van ‘nachhaltige Entwicklung’ werd in de 18e-eeuwse Duitse bosbouw gestimuleerd en de maatregelen die daarbij werden uitgewerkt vormden de grondslag voor de bosbouw in de 19de en een deel van de 20ste eeuw. In de loop van de tijd vond ook in de visserij en mijnbouw het denken over duurzaam gebruik intrek. Immers, ook vis- en mijnbouwproducten zijn eindig of uitputbaar.
Hierin lees je dat bomen als objecten worden gezien. Maar wat als we bomen als een levend iets zien? Als we bomen ook als bewoners van onze omgeving zien, als medeburgers. Hoe zouden we dan met bomen uitgaan? Een voorbeeld hiervan is wat ik van het boek ‘Braiding Sweetgrass’ van Kimmerer (2013, p. 168) heb geleerd: “In our Anishinaabe way, we count trees as people, “the standing people.” Even though the government only counts humans in our township, there’s no denying that we live in the nation of maples.”.

Het laat zien dat hoe we taal gebruiken, is niet alleen een weergave van, maar ook van invloed op hoe we de wereld waarnemen. Zolang we onszelf toestaan taal te hanteren die bewust of onbewust tot gevolg heeft dat de realiteit buiten de deur wordt gehouden, wordt het moeilijk om onze blik op — en daarmee ons handelen in — de wereld te veranderen. En het mooie is: er zijn meer dan 6.000 talen wereldwijd. 6.000 talen met kennis. Wat kunnen we van deze talen leren? Hoe spreken deze talen over de natuur? De zee? Dieren? Bomen? Mensen?
Tijdens de demonstratie op 25 mei van Extinction Rebellion en Free West Papua Campaign, sprak onder andere Chautuileo Céline Kun. Chautuileo is Mapuche, geboren in Chili en opgegroeid in Nederland. Tijdens haar speech over woorden, concepten en talen vanuit het inheems perspectief vertelde ze dit:
“Het woord natuur. Het woord natuur bestaat niet in inheems perspectief. Het woord biodiversiteit. Het woord biodiversiteit bestaat niet in inheems perspectief. Klimaat bestaat niet in inheems perspectief. Het zijn allemaal westerse woorden. Als we willen dekoloniseren, moeten we kijken naar de concepten die we gebruiken hoe we dingen aanduiden. Want als je alleen voor ons volgens het Westers perspectief praat kunnen we elkaar niet vinden. Als je echt wilt weten waar het daadwerkelijk om draait hoe wij die biodiversiteit beschermen, dan moet je weten, dan moet je gaan duiken, wat wij bedoelen. Hoe zien wij die concepten? Hoe duiden we die concepten? Ik zag vanochtend van mijn oom in Chili zag ik dat hij zijn paarden, zijn koeien, aan het leiden was langs de bergen heen. Plant-grazing. Holistic animal approach heet het hier in het Westen. Hoe hij het noemt? Zijn manier van leven. Hoe het zou moeten. Om te zorgen dat de natuur het meest gezond blijft. En je ziet, ik gebruik weer natuur, ik gebruik zelf het woord Chili. Het is zo moeilijk om te dekoloniseren. Het is zo moeilijk om vast te houden aan eigenlijk wat we willen en wat we willen bereiken.”

Ik zat te denken aan wat taal voor mij betekend. Op de middelbare school had ik veel moeite met talen. Ik voelde niet het belang van het leren van Frans en Duits. Engels was ook niet mijn sterkste kant, maar ik wist wel dat het belangrijk was om Engels te leren. Voor de universiteit. Om artikelen en boeken te kunnen lezen. Om te kunnen communiceren wanneer men geen Nederlands spreekt. Maar nu besef ik ook waarom het belangrijk is om te leren wat er achter de taal schuilt. Niet alleen de standaard cijfers, woorden en zinnen leren. Maar de cultuur, de betekenis, de kennis die achter een taal schuilt. Het verbinden met mensen die de taal spreken. Om zo de andere taal te voelen. Niet alleen het hoofd gebruiken, maar ook het gevoel.
En zo zat ik te denken aan een Nederlands woord die veel betekend: ‘gezelligheid’. Ik heb hier nooit een Engels woord voor gevonden die de betekenis van gezelligheid kan weergeven. Toen ik in Canada studeerde, en een vriendengroep had met veel verschillende nationaliteiten, probeerde mijn Nederlandse vrienden en ik uit te leggen wat gezelligheid betekend. En we voelden ons verbonden in het woord gezelligheid. En we zagen ook hoe lastig het was om iets te vertalen. En de waarde van je eigen taal. Gezelligheid is gezelligheid, niet ‘cozy’ of ‘nice’ of ‘fun’.
En hierdoor kwam ook het besef binnen hoe het verlies in taal ook een verlies in identiteit en kennis is. Volgens het UNESCO wordt ongeveer de helft van de 6.000 talen bedreigd tot uitsterven. Davis (2009, p. 3) beschrijft hoe verlies van taal veel meer is dan alleen grammatica en woorden: “A language, of course, is not merely a set of grammatical rules or a vocabulary. It is a flash of the human spirit, the vehicle by which the soul of each particular culture comes into the material world. Every language is an old-growth forest of the mind, a watershed of thought, an ecosystem of spiritual possibilities.”
Het biedt hoop wanneer we in het ‘Westen’ hier meer tot het besef komen wat er achter talen schuilen. De 6.000 verschillende talen laten zien dat er andere opties, andere mogelijkheden, andere wegen van denken en interactie is.
“But what of the poetry, songs, and knowledge encoded in the other voices, those cultures that are the guardians and custodians of 98.8 percent of the world’s linguistic diversity? Is the wisdom of an elder ay less important simply because he or she communicates to an audience of one? Is the value of a people a simple correlate of their numbers? To the contrary, every culture is by definition a vital branch of our family tree, a repository of knowledge and experience, and, if given the opportunity, a source of inspiration and promise for the future. “when you lose a language,” the MIT linguist Ken Hale remarked not long before he passed away, “you lose a culture, intellectual wealth, a work of art. it’s like dropping a bomb on the Louvre.” (Davis, 2009, p.5)

Ik hoop dat deze blog je aan het denken zet. Voor mij is het zien van alternatieven op het Westers denken een verrijking van kennis. Het vergt veel luisteren, veel leren, want dekoloniserend denken en handelen is een proces die nooit af is in een koloniserend systeem. Maar juist daarom des te belangrijker.

Door Anne-Linn

 

Bronnen:
Davis, W. (2009). The Wayfinders (1st ed.). Penguin Random House.
Jacobus A. Du Pisani Professor of History (2006) Sustainable development – historical roots of the concept, Environmental Sciences, 3:2, 83-96, DOI: 10.1080/15693430600688831
Kimmerer, R. W. (2013). Braiding Sweetgrass. Milkweed Editions.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin